De zuidelijke
Vogezen, bakermat van de épinette des Vosges
Voorstelling van
het instrument
De épinette des Vosges – niet
te verwarren met de épinette van de
klavecimbelfamilie – is een bourdonciter met doorgaans vijf snaren, waarvan
twee melodiesnaren en drie bourdons. Het is een
420 tot 600 mm lange doos.
De meeste oude, authentieke épinettes hebben een ‘diatonische’
toonschaal, zonder kruisen of mollen.
Om de épinette te bespelen, neemt men comfortabel plaats aan een tafel
en legt men het instrument lichtjes schuin voor zich, in het verlengde van de
rechterarm. (Vroeger had het instrument onderaan nageltjes waarmee het
vastgezet kon worden op het tafelblad.) In de linkerhand houdt men een rieten
stokje vast. Met de wijsvinger drukt men het tegen de beide melodiesnaren, in
de vakjes tussen de metalen krammetjes, de ‘frets’. De snaren worden getokkeld
met een plectrum in de linkerhand. (De spelers van vroeger gebruikten daar de
meest uiteenlopende materialen voor, zoals een stukje koehoorn, een balein van
een korset of een pen van gevogelte.)
Geschiedenis
Voor zover bekend
dateert de oudste precieze getuigenis uit 1825. Dat jaar bracht baron Mengin
Fondragon in zijn ‘Une saison à Plombières’ verslag uit van zijn ontmoeting met
‘le père Vincent’ (1753-1830). Hij geeft duidelijk aan dat de épinette ongeveer
anderhalve voet lang is, dat het instrument oorspronkelijk vier snaren had en
dat Claude Joseph Vincent op het idee kwam om er een vijfde aan toe te voegen. Ook zegt hij dat, om de tonen te vormen, het
volstaat om met een rieten stokje te drukken op de eerste twee snaren, in de
verschillende vakjes die gescheiden worden door
ijzeren draden, en met de rechterhand over de vijf snaren te strijken
met een gesneden pen.
Le père Vincent was de voorloper van wat men ‘ les feuillées’ noemde. Oorspronkelijk
verwees die term naar een vervoermiddel : een ossenkar met een bladerdak
als bescherming tegen de zon. Later werd de term gebruikt voor de
eindbestemming van de wandeling.
De Larousse-woordenboeken van 1920 en 1930 tonen gravures van épinettes
die sterk overeenkomen met de beschrijving van baron Mengin Fondragon.
Enkele
épinettemakers en -spelers
Na ‘le père Vincent’ was
het vooral Dorothée Vançon (1805-1878) die veel heeft bijgedragen aan de faam
van de épinette des Vosges.
Amé Lambert (1843-1908) nam haar ‘feuillée de Dorothée’ over en zette de
traditie verder als bouwer van talloze instrumenten.
Hij werd opgevolgd door zijn schoonzoon Albert Balandier (1872-1945).
Veel musea bezitten épinettes van Auguste Fleurot (1826-1898). Onder de
fabrikanten van buiten Val-d'Ajol dient Jean Joseph Perney (1825-1882) van
Croslières in de Haute Saône vermeld te worden. Maar er zijn nog zovele anderen
…
In die tijd hadden bijna alle épinettes vijf snaren en een diatonische
toonschaal. Deze volkse traditie leeft nog steeds voort, zowel wat de bouw als
het repertoire betreft. Het is dankzij een speelster als Laure Gravier dat de
authentieke épinette zijn vreedzame bestaan van generatie op generatie heeft
kunnen verderzetten in het hart van de zuidelijke Vogezen.
Enkele
getuigenissen
Hector
Berlioz* bezocht als kuurgast in Plombières in 1856 et 1857, herhaaldelijk de
feuillée Dorothée. Op 24 augustus 1856 schreef hij: ‘Juffrouw Dorothée,
beroemd in Plombières en heel gunstig bekend van Epinal tot Remiremont, maakt
eigenhandig kleine instrumenten voor kleine muziek die ze épinettes
noemt."
Napoleon
III**: Uit een brief die de vorst op 26 juli 1857 schreef naar keizerin Eugénie
blijkt dat die Dorothée kende: ‘Beste Eugénie,
…
De arme Dorothée van de oude Feuillée is er het hart van in dat een meneer in
haar album heeft geschreven:
Liever dan de snaren die je tokkelt,
Liever dan de verzen die je knarst,
Hoor ik de glazen die je afwast…
* Uit : Artistes et
écrivains à Plombières les Bains de Roland CONILLEAU éditions Jean Alfred
Renauld
**Uit : Plombières les
Bains hier et aujourd'hui de Roland CONILLEAU éditions Pierron
Een vereniging
gewijd aan het instrument
Onze vereniging, die een dertigtal leden telt, werd opgericht in 1998.
Ze ligt in het verlengde van een collectief van een vijftigtal mensen die zich
tot doel hebben gesteld de épinette des Vosges te bewaren in haar
oorspronkelijke vorm en met haar authentieke speelwijze. De vereniging zet een
ononderbroken traditie van minstens 190 jaar voort en doet onderzoek naar de
oorsprong van het instrument.
Luisteren naar een fragment : Valse à Dorothée
Contact :
L'épinette des Vosges
2680 Route de Remiremont
88370 PLOMBIERES LES BAINS
Frankrijk
Vertaling : Wim
BOSMANS